Fictief verhaal

In opdracht van de Hogeschool van Amsterdam, minor Schrijven in Opdracht

Ik heb tijden van armoede en verwaarlozing gekend. Ik at planten die in de huiskamer stonden als er geen eten was. Soms had ik geluk en lagen er nog pizzakorsten van de feestjes die werden gegeven. Ik kon niet zelf naar buiten omdat de deur altijd op slot zat. In huis was het een zooitje. De vuile was lag door het hele huis, de afwas met schimmel stond hoog, daar was eigenlijk geen beginnen aan. Mijn medebewoner gaf ook geen prioriteit aan het schoonhouden van het toilet en de badkamer wat ervoor zorgde dat ik mij echt niet thuis voelde. Het stonk en overal lag stof. De bank was stuk, de eiken tafel doorgezakt en in de tv zat een deuk. Gelukkig ging deze nog wel aan maar het beeld was niet optimaal. In deze situatie doe je het maar met wat je hebt. Op sommige dagen bleef mijn huisgenoot, zonder wat te laten weten, dagenlang van huis weg. Ik had dan ook geen idee waar ze was. Ik vond dat heel moeilijk en ik was zo eenzaam. Eenzaam en alleen in een flatje op driehoog in Amsterdam West. Ik had hier ook geen vrienden. Niemand tegen wie ik kon praten of mee kon socialiseren. Ik hoor dat ze dit ook wel een sociaal isolement noemen. Maar ja, wat moest ik dan als de deur op slot gaat, je zelf daardoor de deur niet open krijgt en het enige contact je huisgenoot is die af en toe komt opdagen maar verder alle controle over je heeft. Mijn lichaam vermagerde, mijn ogen werden dof en ik kon beginnen met het tellen van mijn ribben.

Ik was doodongelukkig en zij ook. We konden elkaar niet meer zien of luchten. Ik werd agressief, begon met krabben en ook zij kon mij hardhandig aanpakken. Het leek bijna op een catfight. “Het kon echt niet langer zo.” Ze plaatste een advertentie op Facebook met de vraag of iemand mij in huis wilde nemen. Ik kon gratis opgehaald worden. Ik was hier zo nerveus over. Ze deed hier ook nog een foto van mij bij. Ik schaamde me kapot met hoe ik eruitzag. “Hallo zeg. Ik moet haar wel credits geven dat ze voor de foto nog even de vensterbank had schoongemaakt en er een leuk plantje bij had gezet. Goede marketing.” Ik heb toen uit protest over haar kleding heen geplast. “Nog even wraak genomen op die gekke hoer Bonita, of ik kan beter puta zeggen sinds ze Spaans is.” Dat begrijpt ze tenminste nog.

Het duurde niet lang en de reacties stroomden binnen. Ik was echt gespannen. De foto’s van de mensen waren zo verschillend. Een gezicht met acne, bruine ogen en dreads keken me aan. Nee hier wilde ik echt niet wonen. Ook een profielfoto met het logo van de SGP. O nee, geen gelovig gezin. Dat was ook niets voor mij. Ik haat kinderen. Daar wil ik het liefst op spugen en zoveel mogelijk beschadigen met hun gegil, gejank en altijd maar de aandacht willen. Daar was ik al te veel voor verpest. Ik had al te veel gezondigd en dan ook nog het geduld moeten ombrengen om te bidden voor het eten. Ik had daarnaast ook al heel wat mannen gehad in mijn leven die mij hebben verzadigd met hun sappen. En ik was niet van plan te wachten met het hebben van seks voordat ik de perfecte man had gevonden, daar is het leven veel te kort voor.

Een plingel geluidje kwam uit de telefoon van mijn huisgenoot. “Een chat?! Oh god… Iemand stuurt een bericht.” Mijn ademhaling versnelde. “Kut, is het nu al zo ver? Is er zo snel interesse?”

Ik was bang dat deze bitch mij gewoon naar de eerste beste gek zou sturen om mee samen te wonen, zodat zij van me af zou zijn. Ik zette de paniekmodus uit, ging uit van het goede en dat ik bij mensen zou komen te wonen die mij accepteren zoals ik ben.

Ze nam de telefoon op. Mijn hartslag ging als een gek te keer en het zweet brak me uit. Ik ademde rustig in en uit. Ze liep naar de gang en ik keek haar vragend aan. Nog voordat ik wat kon zeggen, trok ze de deur achter zich dicht en draaide hem op slot. “Godverdomme, nu zit ik weer vast in dit kut hok.” Ik liep naar de kast en keek welke spullen er van mij waren. “Zodra er iemand is om kennis te maken, dan sta ik in ieder geval klaar om dit godvergeten stinkhok met een bloedgang te verlaten.” Ik ging mezelf wassen om een goede indruk te maken.

De deurbel ging en mijn hart zat in mijn keel. Mijn pupillen vergrootten. Ik hoorde een stem van de puta, twee meiden en een jongen. Ze stonden buiten. Ik sprong op de vensterbank en probeerde uit het raam te kijken. “Wie komen eraan? Wat gebeurt er?” De deur zwaaide open en ze kwamen binnengelopen. Ik sprong op de bank en ging netjes zitten. De mensen kwamen binnen in mijn kamer.
“Hallo mooierd.”
“Mooierd? Wie? Ik?”
Met grote pupillen bleef ik ze aankijken maar ik liet ze toe.
“Wij zijn Sam, Liv en Gwen en wat is jouw naam?”
“Ze heet … Het is een leuke kat en ze is gek voor de planten. Ik kan alleen niet langer voor haar zorgen.”

Ik sprong van de bank af en gaf kopjes tegen de benen van de vreemde mensen. Ze hurkten en aaiden mij. Ik voelde me op mijn gemak en ging op de grond liggen. Ik werd nog meer geaaid en een gevoel van warmte stroomde door mijn lijf.

Bonita begon ongeduldig heen en weer te wiebelen.
“Nemen jullie haar mee of wat?” Ze wilde natuurlijk zo snel mogelijk van mij af. De spullen stonden klaar dus ik was klaar om te gaan. Het liefst was ik de dag daarvoor nog vertrokken. Gwen gaf een knik naar Sam die een reismand uit de gang pakte. Ondertussen pakte Bonita mijn spullen en gaf nog wat ‘extra’s’ mee. Kattengrind wat praktisch op was en mijn mandje. Sam opende de reismand. Deze was gevuld met een prachtig fluwelen kleedje en een kussentje. Ik rende naar binnen en zat heerlijk. Liv vroeg of Bonita nog afscheid van mij wilde nemen maar ik had dit hoofdstuk al afgesloten. Ze stak haar hand naar binnen en ik blies en krabde naar haar hand.
“Kutbeest!”
“Insgelijks, bitch.”

We liepen naar beneden en ik genoot meteen al van mijn vrijheid. De frisse wind waaide mijn neusje in en mijn ogen genoten van de zon. Ik werd in een object gezet wat een hard geluid maakte. Gwen zette het reismandje open en aaide mij op mijn rug.
“Rustig maar, het is maar een auto.”
“Ze is echt mager, he?”
“Zullen we maar wat eten halen bij de AH?”
“Ja doe maar gewoon zo een bakje voer, dan is ze in ieder geval gevoed.”
Sam kwam terug met een bakje eten. Hij opende het bakje opent en ik begon te spinnen. Binnen een minuut was het op. Zo schoon dat het weer gebruikt zou kunnen worden. Het geluid van de auto werd harder en ik hield alles goed in de gaten.

Het duurt niet lang of ik werd uit de auto getild. Vanuit mijn mandje zag ik een groot huis met een tuin. “Wauw! Oh mijn God, bloemen. Zou ik die kunnen eten?” Ik werd op de grond gezet en Liv zette kip, brokjes en melk neer. Het deurtje opende en ik wist niet wat me overkwam. “Kip, is dit is echt waar?” Ik rende erop af en schrokte het naar binnen. “Melk? Mijn nieuwe favoriet. En natuurlijk de brokjes.” Mijn buikje voelde vol en ik ging op onderzoek uit. Ik liep de trap op maar viel weer naar beneden. ‘Rare dingen’. Een bank met een mooi kleed keek me aan. Liefde op het eerste gezicht. Lopend ernaar toe lag daar opeens een gekleurde muis. Ik ging rustig zitten, maakte me klein, deed mijn kont een klein stukje omhoog en sprong erop af. Met de muis in mijn bek ging de tocht naar het kleed verder. Ik sprong en onder mijn voeten voelde ik de stof van de bank. Zo zacht. Liv tilde mij op en zette me op het kleed. Kijkende om mij heen, zocht ik een fijn plekje waar ik kon liggen. Ik zag de zon en nestelde me op een warme plek. Het muisje viel uit mijn bek en het was tijd om me te wassen. Mijn ogen vielen langzaam dicht maar ik moest nog even wakker blijven. Wie wist wat er om mij heen kon gebeuren. Ik moest alles wel in de gaten kunnen houden. Sam kwam naast me zitten en aaide me zachtjes over mijn hoofd. Een gevoel van vertrouwen overspoelde me en ik voelde me geliefd. Ik viel langzaam in slaap en hoorde dat er foto’s van mij gemaakt worden. “Hopelijk niet voor op Facebook om me te koop te zetten.”

Ik werd wakker door een heerlijke geur. “Kip?” Ik rende naar de keuken en zag Gwen koken. Ze zag me, hurkte en aaide me. “Wat een liefde.” Als klap op de vuurpijl kreeg ik een stukje kip in mijn voerbakje. Ik gaf kopjes en Liv gooide een propje aluminiumfolie mijn richting op. Het propje rolde door de woonkamer en ik rende er achteraan. Een gevoel van blijdschap gierde door me heen en voordat het stopte met rollen, wist ik het te vangen. “Het zit hier wel goed.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *